Met een paar eenvoudige ingrediënten maak je een voorraadje kimchi dat elke maaltijd een vonk geeft. Een lepeltje bij je lunch, een schepje in je soep… of gewoon zo, recht uit de pot. Dit recept is vegan en sojavrij, met een ronde, zachte, lichtzoete umami toets.
Ingrediënten:
- 1 middelgrote Chinese kool
- 1-2 el zout (zonder jodium)
- 1 kleine wortel
- 4 lente‑uitjes
- 3 teentjes knoflook
- 1 duim verse gember
- 2–3 el gochugaru of chilipoeder
- 1 el rietsuiker
- 2 el coconut aminos
- Scheutje water (voor de pasta)
Bereiding:
- Snijd de Chinese kool in hapklare stukken. Meng met het zout en laat 1-2 uur rusten tot de kool zacht wordt. Spoel daarna kort af en laat uitlekken.
- Pers de knoflook en rasp de gember. Meng met de gochugaru of het chilipoeder (2-3el), de rietsuiker (1el), de coconut aminos (2el) en het scheutje water tot een dikke, rode pasta.
- Snijd de wortel in fijne reepjes en versnipper de lente-uitjes. Meng door de kool. Voeg de rode pasta toe en masseer alles goed door elkaar.
- Doe het mengsel in een schone fermentatiepot. Druk stevig aan zodat er geen lucht tussen zit. Laat 2–5 dagen op kamertemperatuur fermenteren. Proef tussendoor: hoe langer je fermenteert, hoe intenser de smaak. Zet in de koelkast wanneer de smaak perfect is. Daar blijft je kimchi wekenlang heerlijk.
Reactie plaatsen
Reacties